Epicykles op epicykles
Over het gevoel dat iets fundamenteel niet klopt, en hoe het beeld van epicykles op epicykles daar woorden aan geeft.
Er is een beeld uit de geschiedenis van de wetenschap dat me nooit meer heeft losgelaten sinds ik het voor het eerst tegenkwam: epicykles op epicykles.
Wat epicykles zijn
Eeuwenlang geloofde men dat de aarde het middelpunt van het universum was. De zon, de maan en de planeten draaiden om ons heen. Maar er was een probleem: de planeten bewogen niet zoals het model voorspelde. Soms leken ze achteruit te gaan. Soms versnelden ze. Het klopte niet.
In plaats van het model ter discussie te stellen, werd het model uitgebreid. Er werden cirkels op cirkels gestapeld, epicykles, om de afwijkingen weg te verklaren. Elke keer dat er een nieuwe waarneming niet paste, kwam er een nieuwe laag bovenop. Het systeem werd steeds ingewikkelder, maar niemand stelde de fundamentele vraag: wat als de aarde niet het middelpunt is?
Totdat Copernicus dat wel deed. En opeens was alles simpel.
Waarom dit me raakt
Dit beeld beschrijft precies een gevoel dat ik al jaren met me meedraag maar nooit goed kon uitleggen. Een gevoel dat ik overal tegenkom, in gesprekken, in hoe systemen worden ontworpen, in hoe mensen beslissingen nemen.
Ik zie het wanneer iemand een probleem oplost door er een laag complexiteit overheen te leggen in plaats van terug te gaan naar het begin. Ik zie het wanneer een team een proces uitbreidt met nog meer stappen, nog meer uitzonderingen, nog meer randgevallen, zonder ooit te vragen of het proces zelf wel deugt. Ik zie het wanneer iemand een verklaring geeft die niet klopt en vervolgens de verklaring verdedigt met steeds ingewikkelder argumenten.
Het voelt dan alsof ik iets zie wat anderen niet zien. Niet omdat ik slimmer ben, maar omdat mijn brein niet stopt bij het oppervlak. Er is een soort onrust die niet weggaat zolang het fundament scheef staat. Hoe elegant de epicykles er ook uitzien, ik voel dat het niet klopt. Niet als een gedachte, maar als iets fysieks. Alsof er iets kraakt in de constructie en ik de enige ben die het hoort.
Het onverklaarbare gevoel
Dat is precies wat het is: een gevoel. Niet iets wat ik altijd kan onderbouwen op het moment zelf. Niet altijd iets wat ik in woorden kan vatten. Maar het is er. Steeds weer.
Het is het gevoel dat je krijgt wanneer iemand met overtuiging iets uitlegt en alles logisch klinkt, maar er iets wringt. Je kunt niet precies aanwijzen wat. Je kunt het niet weerleggen. Maar je weet, ergens diep van binnen, dat de hele redenering scheef hangt. Dat er een aanname onder zit die niet klopt. Dat ze epicykles aan het stapelen zijn.
McDD speelt hier een rol die ik pas recent begin te begrijpen. Mijn brein filtert niet zoals dat van anderen. Het laat alles door. Elke inconsequentie, elke kleine afwijking, elk moment waarop de theorie en de werkelijkheid niet op elkaar aansluiten. Waar anderen dat automatisch gladstrijken, blijft het bij mij haken. En dat haken is precies dat gevoel. Het is mijn systeem dat zegt: hier klopt iets niet, ook al kan ik nog niet zeggen wat.
De prijs van zien
Het lastige is dat je met dit gevoel weinig kunt. Je staat in een vergadering en je voelt dat de gekozen richting niet klopt. Maar je hebt geen concreet bewijs. Je hebt een gevoel. En een gevoel is in de meeste contexten niet genoeg.
Dus kijk je toe. En soms, weken of maanden later, blijkt dat het fundament inderdaad scheef stond. Dat de epicykles niet werkten. Dat het hele bouwwerk opnieuw moet. En dan denk je: ik wist het. Ik voelde het. Maar ik kon het niet uitleggen.
Dat is frustrerend. Niet omdat ik gelijk wil hebben, maar omdat ik weet dat dat gevoel betrouwbaar is. Het is er te vaak geweest om toeval te zijn. Het is geen paranoia, het is geen pessimisme. Het is een soort patroonherkenning die niet via logica verloopt maar via iets wat ik niet beter kan omschrijven dan intuïtie met diepgang.
Epicykles herkennen
Het beeld van epicykles op epicykles heeft me geholpen om dat gevoel een plek te geven. Het geeft me een taal om te beschrijven wat ik waarneem. Wanneer ik zie dat een oplossing steeds complexer wordt zonder dat het onderliggende probleem wordt aangeraakt, kan ik nu zeggen: dit zijn epicykles. Wanneer ik voel dat iemand een redenering uitbouwt die steeds ingewikkelder wordt om te verhullen dat het uitgangspunt niet deugt, heb ik daar nu een woord voor.
Het verandert niet dat mensen er niet altijd in mee willen gaan. Het verandert niet dat het gevoel soms eenzaam is. Maar het geeft me iets om aan vast te houden. Het bevestigt dat wat ik zie niet uit het niets komt. Dat er een historisch precedent is voor precies deze dynamiek. Dat hele beschavingen eeuwenlang epicykles hebben gestapeld totdat iemand de moed had om het fundament ter discussie te stellen.
En soms is dat genoeg. Niet om het op te lossen, maar om te weten dat het niet aan mij ligt.