Hoe fantasie anders is dan wanen
Over het verschil tussen een rijke verbeelding en psychotische wanen, en waarom dat onderscheid zo belangrijk is voor mensen met McDD.
Er is een vraag die ik vaker krijg dan ik zou willen: "Maar hoe weet je dan of het echt is of niet?" Soms wordt die vraag gesteld uit oprechte interesse. Soms klinkt er iets anders in door. Een soort voorzichtigheid, alsof degene die het vraagt eigenlijk wil weten of ik wel in staat ben om de werkelijkheid te zien. Alsof fantasie en wanen hetzelfde zijn.
Dat zijn ze niet.
Wat wanen zijn
Laat ik beginnen bij wat wanen eigenlijk zijn. Een waan is een overtuiging die niet klopt met de werkelijkheid, maar die je niet kunt corrigeren. Niet met feiten, niet met bewijs, niet met logica. Iemand met een waan gelooft iets dat aantoonbaar niet waar is, en geen enkel argument verandert dat. De overtuiging voelt niet als een gedachte. Het voelt als een feit. Er is geen ruimte voor twijfel, geen moment waarop je denkt: misschien zit ik ernaast.
Dat is het kenmerkende van een waan. Je hebt geen afstand. Je staat er middenin en je ziet niet dat er iets scheef zit. Het is alsof je door een raam kijkt waarvan je niet doorhebt dat het vervormd is. Je denkt dat je de wereld helder ziet, maar dat doe je niet.
Wat fantasie is
Fantasie is iets fundamenteel anders. Mijn verbeelding is rijk, soms overweldigend. Ik kan hele scenario's bedenken, gesprekken reconstrueren die nooit hebben plaatsgevonden, situaties doorleven die alleen in mijn hoofd bestaan. Dat klinkt misschien alarmerend, maar er zit een cruciaal verschil: ik weet dat het fantasie is.
Niet altijd meteen. Soms moet ik mezelf even terugfluiten. Soms merk ik pas na een uur piekeren dat ik in mijn hoofd een compleet verhaal heb gebouwd rondom iets wat in werkelijkheid een onschuldig moment was. Maar het besef komt. De twijfel is er. De bereidheid om te zeggen: wacht even, klopt dit wel?
Dat is het verschil. Bij fantasie is er reflectie. Bij wanen niet.
De grijze zone
Nu zou ik liegen als ik zei dat het altijd zo helder is. McDD plaatst je soms in een grijze zone waar de grens niet scherp is. Er zijn momenten waarop een fantasie zo sterk is, zo geladen met emotie, dat het voelt alsof het echt moet zijn. Je lichaam reageert erop. Je hartslag gaat omhoog. Je voelt boosheid, verdriet of angst om iets wat alleen in je hoofd bestaat.
In die momenten is het verschil tussen fantasie en waan niet theoretisch. Het is praktisch. Het gaat erom of je jezelf kunt bevragen. Of je kunt stoppen en zeggen: ik voel dit heel sterk, maar is er bewijs? Heeft iemand dit daadwerkelijk gezegd of gedaan? Of heb ik het ingevuld?
Soms is het antwoord pijnlijk eerlijk: ik heb het ingevuld. En dan begint het werk om dat te scheiden van wat er werkelijk is gebeurd.
Waarom het onderscheid ertoe doet
Het onderscheid tussen fantasie en wanen is niet alleen een klinische kwestie. Het raakt direct aan hoe mensen naar je kijken. Wanneer je vertelt dat je een rijke fantasie hebt, dat je soms moeite hebt om gedachten en werkelijkheid te scheiden, dan is de stap naar "die persoon waant zich van alles" voor sommige mensen klein. Te klein.
Dat is frustrerend. Want het feit dat ik herken dat mijn gedachten soms op hol slaan, is juist het bewijs dat het geen wanen zijn. Iemand in een waan komt niet naar je toe om te zeggen: ik weet niet zeker of dit klopt. Dat doe ik wel. Dat is geen zwakte. Dat is zelfinzicht.
Maar in de ogen van anderen kan die eerlijkheid tegen je werken. Hoe meer je vertelt over wat er in je hoofd gebeurt, hoe meer mensen geneigd zijn om aan je oordeelsvermogen te twijfelen. Terwijl het tegenovergestelde waar is. Het feit dat ik mijn eigen fantasie kan herkennen en benoemen, betekent dat ik er niet in verdwaal.
Wat McDD eigenlijk is
En hier is het belangrijk om te begrijpen wat McDD eigenlijk is. McDD, Multiple Complex Developmental Disorder, werd oorspronkelijk beschreven als een aandoening die ergens tussen autisme en psychotische stoornissen in valt. Het is geen autisme in de klassieke zin, hoewel er overlap is in prikkelverwerking en sociale interactie. En het is geen psychose, hoewel er trekken zijn die erop lijken, zoals moeite met het reguleren van gedachten en het onderscheiden van innerlijke beleving en buitenwereld.
Tussen twee werelden
Dat tussengebied is precies wat het zo lastig maakt. Mensen met McDD passen niet netjes in een hokje. Ze zijn niet autistisch genoeg om volledig in het autismespectrum te worden geplaatst, en niet psychotisch genoeg om als psychotisch te worden gediagnosticeerd. Maar ze hebben kenmerken van beide werelden. De prikkelgevoeligheid en moeite met sociale nuances die je bij autisme ziet. En de neiging tot vervaging van fantasie en werkelijkheid die je bij psychotische kwetsbaarheid ziet.
Fantasie met een lading
Dat betekent dat fantasieen bij McDD niet neutraal zijn. Ze zijn geladen. De emotieregulatie is anders. De prikkelverwerking is anders. Een fantasie over afwijzing voelt niet als een gedachte-experiment. Het voelt als een herinnering aan iets wat echt is gebeurd, ook als dat niet zo is. En juist omdat McDD die psychotische kwetsbaarheid heeft zonder een daadwerkelijke psychose te zijn, is het onderscheid tussen fantasie en waan zo relevant.
Het voelt als waarheid
Dat is waar de verwarring vandaan komt, zowel bij mezelf als bij anderen. De intensiteit van wat ik voel maakt het moeilijk om te geloven dat het "maar een gedachte" is. Want het voelt niet als een gedachte. Het voelt als de waarheid.
Maar er is een verschil tussen iets voelen als de waarheid en geloven dat het de waarheid is zonder mogelijkheid tot correctie. Dat eerste is fantasie met een hoge emotionele lading. Dat tweede is een waan. McDD zit in dat tussengebied: de fantasie is intenser dan bij de meeste mensen, maar het reflectievermogen is er nog. Het is geen psychose. Het is een brein dat harder moet werken om het verschil helder te houden, maar dat wel kan.
Het toetsingsproces
Wat mij helpt is een soort intern toetsingsproces. Het is niet altijd makkelijk en het lukt lang niet elke keer, maar het bestaat uit een paar simpele vragen:
- Kan ik twijfelen aan deze gedachte? Als het antwoord ja is, dan is het geen waan.
- Is er concreet bewijs voor wat ik denk? Niet een gevoel, maar iets tastbaars.
- Zou iemand anders dezelfde conclusie trekken op basis van dezelfde feiten? Als het antwoord nee is, dan vul ik waarschijnlijk iets in.
- Ben ik bereid om mijn gedachte los te laten als die niet klopt? Die bereidheid is het sterkste bewijs dat het fantasie is en geen waan.
Het klinkt rationeel en dat is het ook. Maar het toepassen ervan in een moment van emotionele overbelasting is iets heel anders. Soms lukt het pas achteraf. Soms lukt het helemaal niet en heb ik iemand nodig die me helpt om de feiten te scheiden van het verhaal in mijn hoofd.
De kracht van het verschil kennen
Het mooie is dat dit onderscheid ook iets positiefs brengt. Juist omdat ik weet dat mijn fantasie krachtig is, kan ik er bewust mee omgaan. Ik kan het inzetten. Creatief, professioneel, in hoe ik problemen benader. Mijn verbeelding is een gereedschap, geen ziekte.
Wanen laten zich niet inzetten. Ze overkomen je. Fantasie, hoe intens ook, is iets waar je uiteindelijk regie over kunt hebben. Niet altijd, niet perfect, maar de mogelijkheid is er. En die mogelijkheid maakt alles uit.
Wat ik anderen wil meegeven
Als je iemand kent met McDD, of met een andere vorm van complexe ontwikkeling, en diegene vertelt je dat het soms lastig is om fantasie en realiteit te scheiden, spring dan niet naar conclusies. Dat iemand dit hardop uitspreekt is een teken van kracht, niet van instabiliteit.
De mensen die het meest in de problemen zitten, zijn juist degenen die het verschil niet meer zien en het niet benoemen. Het feit dat iemand zegt "ik weet niet zeker of dit echt is" betekent dat het reflectievermogen intact is. Dat is precies wat wanen mist.
"Het verschil tussen fantasie en een waan zit niet in de inhoud van de gedachte, maar in de bereidheid om die te bevragen."
Tot slot
Fantasie en wanen worden te vaak op een hoop gegooid. Dat doet mensen tekort die dagelijks hun best doen om hun innerlijke wereld te begrijpen en te managen. Het verschil is er, het is reeel, en het verdient erkenning.
Mijn fantasie is soms mijn grootste uitdaging. Maar het is ook mijn grootste gave. En het feit dat ik dat onderscheid kan maken, dat ik kan zeggen "dit is in mijn hoofd en niet daarbuiten", dat is het bewijs dat het fantasie is. Niet meer, niet minder.