← Terug naar overzicht

Mijn thermostaat werkt anders

Over emoties en gedachten die tot wel tien keer intenser binnenkomen dan bij de meeste mensen, en wat er gebeurt wanneer fantasie en realiteit door elkaar heen lopen.

Stel je een thermostaat voor. Bij de meeste mensen werkt die redelijk voorspelbaar. Het wordt een beetje warm, de thermostaat registreert dat, en het systeem koelt langzaam af. Geen paniek, geen schokken. Gewoon een rustige bijsturing.

Mijn thermostaat werkt anders.

Alles staat hoger

Wat bij iemand anders een lichte irritatie is, is bij mij een golf van frustratie die door mijn hele lichaam trekt. Wat voor een ander een teleurstelling is, is bij mij een soort verdriet dat me fysiek raakt. En wat een ander als een leuk moment ervaart, is bij mij soms zo intens dat ik er stil van word.

Het zit niet in wat ik voel. Het zit in hoeveel ik voel. Dezelfde emotie, maar dan vijf, acht, soms tien keer sterker. Alsof de volumeknop permanent op maximaal staat en niemand me heeft verteld waar de demper zit.

Dat geldt niet alleen voor emoties. Het geldt ook voor gedachten. Een klein probleem wordt in mijn hoofd een heel landschap aan mogelijkheden, scenario's, uitkomsten. Niet stap voor stap, maar alles tegelijk. Een opmerking van iemand kan uren in mijn hoofd blijven ronddraaien, niet omdat ik ervoor kies om erover na te denken, maar omdat mijn brein niet stopt met verwerken.

De thermostaat kent geen middenstand

Bij de meeste mensen zit er een soort bandbreedte in hun emotionele reactie. Iets kleins roept een kleine reactie op. Iets groots roept een grote reactie op. Dat is proportioneel. Logisch. Voorspelbaar.

Bij mij ontbreekt die proportionaliteit soms volledig. Een blik van een collega kan dezelfde intensiteit oproepen als een serieus conflict. Een gemiste afspraak kan voelen als een persoonlijke afwijzing. Een compliment kan me zo overspoelen dat ik er niet goed op weet te reageren.

Dat is niet overdrijven. Het is niet aanstellerij. Het is hoe mijn systeem werkt. De thermostaat springt van uit naar vol. Er is geen opbouw, geen geleidelijke stijging. Er is alleen aan of uit, laag of maximaal. En het schakelt sneller dan ik kan bijhouden.

Wanneer fantasie het overneemt

Het wordt pas echt lastig wanneer die intensiteit samenkomt met fantasie. En dat gebeurt vaker dan ik zou willen.

Iemand reageert kort op een bericht. Zakelijk, niets bijzonders. Maar mijn brein pakt dat op en begint te bouwen. Misschien is die persoon boos. Misschien heb ik iets verkeerd gedaan. Misschien hebben ze er al met anderen over gepraat. Binnen een paar minuten heb ik een heel scenario geconstrueerd dat nergens op gebaseerd is, maar dat voelt alsof het echt is.

En hier wordt het gevaarlijk. Want die fantasie activeert de thermostaat. Het scenario is niet echt, maar de emotie die het oproept wél. Mijn lichaam reageert alsof het daadwerkelijk gebeurt. Hartslag omhoog. Spanning in mijn schouders. Een knoop in mijn maag. Het voelt niet als een gedachte. Het voelt als een herinnering aan iets wat echt is voorgevallen.

De grens tussen fantasie en realiteit vervaagt, en op dat moment gaat de thermostaat volledig los. Niet op iets wat er is, maar op iets wat mijn brein heeft gecreëerd. En de intensiteit waarmee dat binnenkomt is niet een beetje meer dan normaal. Het is een veelvoud. Het is alsof je een nachtmerrie hebt terwijl je wakker bent, met je ogen open, midden op de dag.

De cascade

Wat het extra moeilijk maakt is dat het zichzelf versterkt. De fantasie roept een emotie op. De emotie voedt de fantasie. En de fantasie wordt intenser, wat de emotie weer versterkt. Het is een cascade die, als ik hem niet op tijd herken, binnen minuten kan escaleren van een neutrale situatie naar een staat van volledige emotionele overbelasting.

In die momenten ben ik niet in staat om helder te denken. Niet omdat ik niet wil, maar omdat mijn systeem alle capaciteit nodig heeft om de emotionele golf te verwerken. Het is alsof een computer al zijn geheugen kwijt is aan één proces en er niets overblijft voor de rest.

En het stomme is: van buitenaf is er niets te zien. Of bijna niets. Ik heb geleerd om het te verbergen. Om door te functioneren terwijl het intern stormt. Maar dat functioneren kost energie. Enorm veel energie. En op een gegeven moment is die op.

Wat anderen niet zien

Mensen om me heen merken soms dat ik "wat stil" ben. Of dat ik me terugtrek. Of dat ik ineens kort reageer terwijl ik net nog normaal deed. Wat ze niet zien is wat eraan vooraf is gegaan. De fantasie die is opgebouwd. De emotie die daardoor is getriggerd. De cascade die ik intern heb moeten afremmen.

Het is moeilijk om dat uit te leggen. "Ik had een intense gedachte" klinkt niet als een reden om je terug te trekken. Maar als die gedachte een emotionele lading heeft die tien keer sterker is dan wat de meeste mensen ervaren, dan is het geen gedachte meer. Dan is het een gebeurtenis. Een interne gebeurtenis waar niemand getuige van is, maar die evenveel energie kost als een echte crisis.

Dat is het deel dat mensen niet begrijpen. Dat de intensiteit niet past bij de aanleiding. Dat een kleine trigger een enorme reactie kan veroorzaken, niet omdat ik instabiel ben, maar omdat mijn thermostaat anders is gekalibreerd.

Leren leven met een andere schaal

Ik heb het niet onder controle. Dat zeg ik eerlijk. Maar ik herken het steeds beter. Ik weet inmiddels wanneer de thermostaat begint op te lopen. Ik voel het moment waarop fantasie zich mengt met realiteit. Niet altijd op tijd, maar vaker dan vroeger.

Wat helpt is het benoemen. Niet naar anderen toe, maar naar mezelf. Dit is een gedachte, geen feit. Dit gevoel hoort bij de fantasie, niet bij wat er echt gebeurt. Dit is mijn thermostaat die te hoog staat, niet de werkelijkheid die zo erg is als het voelt.

Het is simpel in theorie. In de praktijk is het een gevecht. Want het hele punt van die intensiteit is dat het voelt alsof het klopt. Het voelt niet als een overdrijving. Het voelt precies juist. En jezelf ervan overtuigen dat je eigen gevoel niet proportioneel is aan de werkelijkheid, terwijl elk deel van je lichaam het tegenovergestelde schreeuwt, is een van de moeilijkste dingen die ik ken.

Niet alleen moeilijk

Het zou niet eerlijk zijn om hier te stoppen. Want diezelfde thermostaat die mij overweldigt, geeft me ook iets. De intensiteit werkt namelijk twee kanten op.

Als ik iets moois meemaak, dan is dat niet zomaar fijn. Het is overweldigend mooi. Als ik ergens in opga, dan ga ik er volledig in op. Als ik verbinding voel met iemand, dan is die verbinding diep. Niet een beetje, maar met alles.

Dat is de andere kant van dezelfde eigenschap. De thermostaat die te hoog gaat bij stress en fantasie, gaat ook te hoog bij vreugde en verwondering. Het maakt het leven niet makkelijker. Maar het maakt het wel intenser. In alle richtingen.

"Het probleem is niet dat ik te veel voel. Het probleem is dat de wereld niet is ingericht op hoeveel ik voel."

Tot slot

Mijn thermostaat werkt anders. Niet kapot, niet defect, maar anders gekalibreerd. De schaal loopt hoger. De uitslag is groter. En wanneer fantasie en realiteit door elkaar heen lopen, dan slaat de naald uit op een manier die moeilijk uit te leggen is aan iemand wiens thermostaat gewoon doet wat hij hoort te doen.

Maar het is hoe ik de wereld ervaar. Met alles erbij. De overweldigende laagte en de overweldigende hoogte. En het enige wat ik kan doen, is leren om de naald te lezen voordat hij de rode zone bereikt. Dat lukt niet altijd. Maar het lukt steeds vaker. En voor nu is dat genoeg.

← Vorig artikelHoe fantasie anders is dan wanenVolgend artikel →Minst belangrijke byte vs. meest belangrijke byte